woensdag 5 september 2007


Ik lig te slapen, zo lekker te slapen, maar ik word wakker want ik moet plassen. Ik denk nog, oh nee, niet nu, maar ik moet echt heel nodig. Met mijn ogen dicht loop ik op de tast naar de badkamer, in de hoop dat ik die slaap vast kan houden. Op het toilet trek ik mijn T-shirt uit want het is toch weer kletsnat van het zweet. Ik pak een droog shirt, rol mijn bed weer in en hoop weer verder te gaan in die heerlijke slaap. Maar ik kan de slaap niet meer vatten. Voorzichtig doe ik mijn ogen open om te kijken hoe laat het is. Het is 10 over 5. Het valt me mee, toch bijna ochtend en ik heb zeker 6 uurtjes geslapen.

Onbewust ga je dan toch weer liggen denken aan van alles en nog wat. Gisteren avond kwamen Co en Nellie even bij ons langs. Co had een update van mijn verhaal gelezen op internet en belde Frank met de vraag of ze even langs mochten komen. Frank keek mij aan en ik knikte instemmend, ik voel me goed dus waarom niet. Ik zei tegen Co dat hij eigenlijk een primeur had want zij waren min of meer de eersten die echt bij ons op bezoek kwamen sinds dit allemaal begonnen was. We hebben dat steeds afgehouden, buiten de mensen om die heel dicht bij ons staan natuurlijk, maar die komen ook niet echt op ‘bezoek’ als ze bij je zijn.

Ze gingen rond kwart over 10 naar huis en wij gingen meteen naar bed. Ook Frank was moe. Hij had de hele dag gewerkt en hij vond het heerlijk. Hij had echt een voldaan gevoel. Co vroeg nog aan Frank, hoe doen jullie dat eigenlijk financieel? Want Frank is zelfstandig ondernemer en heeft natuurlijk al die tijd niet gewerkt en dus ook geen geld verdiend. Gelukkig zijn wij ook in een positie dat Frank nu niet móet werken. We hebben een buffertje opgebouwd en daar teren we nu zeg maar van in. Dat geeft helemaal niets, want geld maakt niet gelukkig, maar op dit moment is het wel heel fijn dat het er is. Ik zou er toch niet aan moeten denken dat ik de afgelopen maanden noodgedwongen, zonder Frank, dit allemaal had moeten doorstaan omdat hij had moeten werken om de rekeningen en de hypotheek te kunnen betalen. En dat hij daarnaast ook nog eens volledig ons hele gezin draaiende moet houden. Dan denk ik dat ons leven er wel heel anders uit had gezien. En dan bedoel ik ons ‘zieke’ leven. Doordat Frank zo dicht bij me staat kan ik nu ook echt ‘onbezorgd’ ziek zijn en op de dagen dat ik ziek ben, ook 100% ziek zijn. En ik denk dat dat ook een reden is voor de manier waarop wij met deze ziekte en alles daar omheen om kunnen gaan. Want ik vind dat we het best goed doen. Dus ik prijs me weer gelukkig want ik denk dat er heel veel mensen zijn die zoiets aangrijpends mee moeten maken en daarnaast ook nog heel veel andere zorgen hebben. Ik geloof nu echt in wat ze altijd zeggen dat een positieve instelling het halve medicijn is, en dat het helpt te genezen. En positief dat zijn we!

Ook hoorde je voorheen altijd de verhalen van mensen die ernstig ziek zijn geweest, dat die zo anders in het leven staan en veel meer en volop genieten. Nu ben ik nog niet ziek ‘geweest’, want ik ben nog steeds ziek, maar ik ervaar dat nu al. Ik ben in zo’n korte tijd al heel anders tegen dingen aan gaan kijken. En het is echt een openbaring voor me. Neem nou alleen maar de kinderen. Ik schaam me ervoor om het te zeggen maar ik denk dat ik nu pas begin te zien hoe mijn kinderen echt zijn. Voorheen hadden we het altijd druk en ook vaak een kort lontje. Mama, mag ik verven? En dan dacht ik al: gatverdamme, weer die troep en dan riep ik: nee hoor, verven doe je lekker op school. Hetzelfde met kleien. Maar een kast vol met knutsel spullen en er niet mee mogen spelen van je moeder, daar is toch ook niets aan. Ik overdrijf het nu een beetje maar ik was absoluut geen ‘kleuterjuf’ met de kinderen. Maar nu ben ik zo heel erg relaxed. Vorige week lag ik in bed, komt Fleur aangehobbeld met de hele kist met stiften en een kleurboek. Ik kom naast je zitten mam, gaan we samen kleuren. Jij mag de kleurtjes geven. Drie maanden geleden had ik geroepen: Fleur, wegwezen met die stiften in bed, stiften doen we beneden aan tafel! Nu zeg ik niets, komt ze lekker naast me zitten en zijn we zo gezellig samen aan het kletsen en kleuren.

Ook Julia bekijk ik anders. Als je boos werd op Juul en je gaf haar niet de gelegenheid om zich te verdedigen, dan kon ze nog wel eens machteloos huilend wegrennen. Heel vervelend vonden we dat altijd, dat ‘stomme ge-weg-ren’. Afgelopen zondag bij Mark en Astrid komt Fleur huilend naar beneden. Juul had haar per ongeluk geduwd en Fleur had haar hoofd gestoten. Dus Fleur huilen bij mij op schoot. Komt Juul in ene aangelopen met de kat van Mark en Astrid in haar armen en loopt heel onhandig langs de tafel, gooit een glas op de grond, stuk. Ik roep meteen: Juuuuul, verdorie, kijk toch uit!!! Normaal gesproken had ik haar dan ook meteen weggestuurd maar nu begint ze te huilen en ze zegt: ja, maar ik wilde het poesje even bij Fleur op schoot zetten om haar te troosten. En dan denk ik weer, jeetje, wat verschrikkelijk lief bedoeld. En ik neem haar ook bij me en ik zeg dat ik dat heel erg lief vind van haar en ik geef haar een kus. Ik zeg sorry, maar mama schrok gewoon erg van dat glas dat stuk valt want het is ook zo gevaarlijk glas op de grond. En ik realiseer me dat ik mijn kinderen wat betreft ‘begrip en geduld’ tot nu toe eigenlijk tekort heb gedaan. En ik huil daar om. Dit is gewoon één hele grote les voor mij.

De dinsdag verloopt rustig. Ik merk ’s ochtends dat ik moe ben en lig lekker op bed met een boterham en een glas bietensap naar de tv te kijken. Bietensap?, zul je zeggen, gatver, maar het is heel gezond en heel goed voor je weerstand. En weerstand is belangrijk dus daar werken we aan. Ik heb ook weer allemaal plannen voor vandaag. Aankleden, naar ’t Loo, kadootje halen voor Julia want die heeft een partijtje vrijdag, biefstukjes halen voor vanavond bij Astrid en dan naar de tandarts. Daarna de meiden ophalen om 12 uur, dat gaat allemaal lukken.

Naarmate de ochtend vordert word ik overvallen door vermoeidheid en mijn hart pompt ook erg snel. Wat is dit nu? Ben ik aan het afkicken van de Prednison? Betaal ik nu de tol voor een veel te druk weekend? Het is me bijna te veel om te douchen en naar de tandarts te gaan maar dat is iets dat ik moet doen. Het liefst blijf ik echt liggen in bed. Ik bel Frank en zeg hem dat hij de meiden van school moet halen en neem me voor die middag lekker op bed te gaan liggen. De wallen staan in ene onder mijn ogen. Even een tandje terug.

Ik lig lekker op bed, echt ontspannen, tv aan. Ik doezel een beetje weg want ik ben echt heel moe. Boem, boem, boem, boem. Mijn hart pompt door mijn lijf, het gaat in ene een stuk sneller. Ik ga er op letten en ik neem mijn hartslag op. Ik kom op 108 en dan in rust positie. Dat is dus te hoog en ik begin een beetje in paniek te raken want het voelt echt niet lekker. Het is destijds allemaal begonnen met dat hart dat op hol sloeg dus ik ben daar echt huiverig voor. Ik besluit te bellen naar de VU. Ik mag tenslotte 24 uur per dag bellen met vragen. Krijg een arts aan de telefoon en leg uit hoe ik me voel. Ik vertel ook dat mijn hart voordat ik aan de kuur begon te snel klopte maar dat het tijdens de kuur de hele tijd keurig tussen de 60 en 80 slagen per minuut zat. Ben ik misschien aan het afkicken van de Prednison, vraag ik? Ik heb nl. het hele weekend in een soort LSD-trip gezeten. Heftig hè, zegt de arts tegen me, je bent inderdaad aan het ‘afkicken’. En dat je hart nu sneller klopt komt omdat je niet meer misselijk bent. Als je misselijk bent gaat je hart langzamer kloppen. Dat verklaart ook waarom je hart langzamer begon te kloppen toen je met de kuur begon. Als je het niet benauwd hebt, je in de gaten houdt of je hart regelmatig klopt en geen druk voelt op je borst, dan hoef je je een zorgen te maken. Dat probeer ik dan ook maar.

Om half 9 lig ik al in bed. Het laat me toch niet los. Ik zeg tegen Frank die naast me tv ligt te kijken dat ik weet dat ik het níet moet doen maar dat ik toch lichtelijk in paniek raak van dat hart. Guusje Nederhorst ging uiteindelijk ook dood aan een hartstilstand en ik ben daar vreselijk bang voor. Ik ga ook echt vragen of ik nog een keer langs de cardioloog mag maandag om een extra geruststelling te krijgen. Frank zegt ook dat ik me nu niet gek moet laten maken en stelt voor dat ik een oxazepam neem. Dat is een goed idee en ik val langzaam in een hele diepe slaap.