donderdag 6 september 2007

De nachten zijn gelukkig iets meer gevuld met slaap. Ik moet toegeven dat het toch wel erg fijn is om niet de hele tijd strak te staan van de adrenaline, hoe goed ik me ook voelde. Maar ik word altijd heel erg vroeg wakker en kan dan geen slaap meer vatten. Dat zijn ook de momenten dat ik boven op zolder achter de computer zit. Het is nu bijvoorbeeld ook 5 over 5. Frank wordt af en toe wel gek van me dat ik steeds zit te schrijven. Hij realiseert zich wel dat het voor mij een vorm van verwerken is en dat ik me er goed bij voel maar zegt ook dat als straks de ‘nieuwigheid’ er af is het wel minder zal worden. Hij vindt het toch storend dat ik ’s nachts mijn bed uit ga. Hij zegt dat hij een laptop voor me gaat kopen, dan kun je straks lekker vanuit je bed mailen en schrijven. Natuurlijk niet midden in de nacht maar wel overdag als je in bed ligt. Jacco, die veel van computers weet, helpt hem met het uitzoeken van een goeie laptop. Ik wil ook proberen om vol te houden om elke dag een stukje in het dagboek te schrijven maar ik weet ook dat er dagen gaan komen dat ik te beroerd ben en dat het me te veel is, of dat ik misschien totaal geen inspiratie heb.

Fleur is helemaal in de ban van een nieuw spelletje. Ze speelt dokter. Haar knuffels Spirit en Fifi de hond zijn ziek. Wat hebben ze dan? vraag ik. Spirit heeft ‘de kanker’ en Fifi heeft rode hond. Het klinkt hard dat ik haar hoor zeggen ‘de kanker’ en denk ook een beetje dat dat ook niet iets is dat ze straks bij al haar vriendinnetjes of op school moet gaan roepen. Het blijft voor een volwassene een ‘zwaar’ woord. Maar aan de andere kant is dat wel weer iets dat in haar leven speelt. Spirit en Fifi worden naast me neergelegd in bed. Het bed moet omhoog, net als mama haar bed, want anders gaan ze spugen. Ze haalt ook een emmer uit de badkamer om naast het bed te zetten. Ik heb haar een lege strip paracetamol gegeven en daar deelt ze nu zogenaamd pilletjes van uit aan haar zieke ‘kinderen’. Ze gaat er helemaal in op. Ze is heel zorgzaam en ze leest ook kaarten voor die Spirit en Fifi hebben ontvangen. “Lieve Spirit en Fifi, ik vind het jammer dat jullie ziek zijn. Jullie moeten snel weer beter worden. Groetjes van jullie vriend Hondje”. Ook komen vriend zeehond en paardje Ariel op bezoek. Ik kijk het hele tafereel aan met een glimlach, want het is echt vermakelijk. Maar zij voert gewoon een toneelstukje op van wat er dus eigenlijk bij ons thuis gebeurt. En ik maar roepen in het begin: ach, de kinderen fladderen er een beetje door heen, heb niet het idee dat ze echt door hebben wat er aan de hand is. Maar dat kleine wijffie van bijna 5 heeft het allemaal wel heel erg goed door.

We hebben ook steeds een conflict als ik nieuwe kaarten krijg met de post. Zij wil die kaarten namelijk graag hebben maar dat mag niet omdat deze kaarten me dierbaar zijn en ik ze wil bewaren. Ze snapt het niet want de kerstkaarten mag ze ook altijd hebben om te verknippen of om mee te spelen. Ze zei vandaag: ik wil ook ziek zijn mama, als je ziek bent krijg je allemaal leuke dingen. Ongelooflijk dat zij dit zo ervaart. Dus ik zeg haar: weet je wat mama doet?, mama gaat aan de mensen vragen of ze jou ook een kaartje willen sturen, dan krijg jij ook post. Dus bij deze doe ik een oproep, voel je niet verplicht, al krijgt ze maar 3 kaarten dan is het al goed. Fleur is gek op kaarten met dieren er op en ze heeft al een mandje uitgezocht waar ze de kaarten in gaat bewaren, net als mama. En doe vooral ook de groeten aan Juul want anders staat die straks ook te zeuren dat Fleur wel kaarten krijgt en zij niet.

Woensdag ochtend. Ik ben moe, zooooo moe. Dit móet chemo-moeheid zijn. Dit is wat Gien me vertelde, dat je gewoon zo moe bent, dat het al teveel is om je ogen op te slaan. Ik ervaar het zelf nu. Ik heb de tv aan maar kijk er niet naar. Ik zet meestal een muziekprogramma op maar omdat TMF en MTV me te druk zijn luister ik vaak naar een kanaal van De Tros met allerlei Nederlandse liedjes en specials. Er is een special van Clouseau op dit moment. Ik hoor de stem van Koen Wouters, wat een prachtige liedjes zingt die man, en die teksten, zo mooi. “Daaaar gaaat ze”. Ik zou wel willen kijken maar ik kan mijn hoofd gewoon niet omdraaien. Ik luister maar gewoon.

Wat is dit toch? Vorige week zou mijn dieptepunt moeten zijn tijdens het kuren en deze week zou ik weer opbouwen voor de volgende kuur. Maar ik heb het idee dat ik alleen maar aan het afbouwen ben. Toch geef ik me er aan over. Ik heb een heerlijk bed en ik lig ook lekker. Niet te veel na te denken maar gewoon te luisteren naar Clouseau.

Maar ik wilde deze week ook nog zoveel dingen doen, ik had weer even geproefd van het ‘normale leven’ dat ik het ook meteen weer terug wilde. Ik wilde zelf wat nieuwe kleren kopen want de mensen kunnen me ondertussen wel uittekenen in die te grote spijkerbroek. Ik wilde kijken voor winterschoenen voor de meiden en winterkleren want ze passen echt niets meer. En als ik mooie winterschoenen wil, dan moet ik er wel snel bij zijn. Omdat ik nu in 3-weekelijkse termijnen denk, is het over 3 weken misschien alweer te laat. Ook wilde ik zo graag deze week even langs mijn werk gaan omdat ik me zo goed voelde. Even mijn gezicht laten zien en mijn collega’s weer eens spreken. Ik wil, ik wil, ik wil, maar ik heb niets te willen. Ik kan niets meer plannen. Ik moet leven per dag. Dat dit zo’n heftig proces zou gaan worden met pieken en dalen die elkaar razendsnel opvolgen, dat kan niemand je uitleggen of vertellen. Dat moet je echt zelf ondervinden.

De hele woensdag lig ik in bed, voor het eerst in weken. Ik ben naast dat ik verschrikkelijk moe ben, kots en kots misselijk, eigenlijk nog niet zo misselijk geweest tijdens deze kuur en ik neem om 4 uur een zetpil tegen die misselijkheid. Ik ben de hele dag gefocused op dat hart. Ik snap er niks van want volgens de dokter zou ik nu niet meer misselijk zijn en daarom klopt het sneller. Maar ik ben wél misselijk en het klopt nog steeds snel, wel regelmatig want daar let ik goed op, maar snel. Ik moet het loslaten, anders wordt het een obsessie.