dinsdag 15 januari 2008

En dan zijn er toch ook af en toe weer die tranen die over mijn wangen rollen. Zomaar, uit het niets. Ik kan het soms ook niet verklaren maar dan ben ik in en in verdrietig. Ik weet niet hoe het komt, ik ben niet boos of teleurgesteld, ik heb geen noemenswaardige pijn of klachten en ben zelfs niet bang. Ik ben eerlijk gezegd alleen maar dankbaar als ik terugkijk op de afgelopen maanden, dat het uiteindelijk allemaal zo gelopen is. Het zijn moment opnamen. Misschien meer een gevoel van machteloosheid dat ik dus echt niet kan wat ik zou willen maar wat wil ik eigenlijk? Ben ik teveel alleen en op mezelf aangewezen? Is dat een te confronterend contrast met wie ik was; altijd druk en onderweg. Ben ik nu het einde in zicht komt misschien ongeduldig? Ik weet heel goed waar ik sta, ik weet heel goed dat ik nog 1 x dit hele proces door moet en ik weet dat ik het nog 1 x aan kan. Dat is heel helder en ik zie er niet tegen op. Ik kijk er zelfs naar uit. Get it over with! Maar soms, heel soms, ben ik toch dat kleine meisje dat zich heel klein maakt in een hoekje en even stilletjes moet huilen.

Maar dan veeg ik die tranen ook weer af, haal diep adem en neem een glas water. Het lucht ook op. Gelukkig gaat dan de telefoon en belt Astrid dat ze een kop koffie bij me komt drinken. Ik zeg opgelucht: kom maar snel want ik kan de afleiding wel gebruiken. Ze heeft aan 1 woord genoeg. En dan kan ik me gelukkig ook weer snel over mijn verdriet moment heen zetten.